Reactie op wetsvoorstel verplichte medewerking verdachte aan een bloedtest in strafzaken
- Gegevens
- 11 september 2008
- door Hiv Vereniging Nederland - Soa Aids Nederland
Brief gericht aan de Vaste Commissie voor Justitie
Soa Aids Nederland en Hiv Vereniging Nederland reageren hierbij op de Nota van Wijziging (d.d. 9 juni 2008) op het wetsvoorstel “Wijziging van het Wetboek van Strafvordering inzake de regeling van onderzoek naar de mogelijkheid van overbrenging van een ernstig besmettelijke ziekte bij gelegenheid van een strafbaar feit (verplichte medewerking van verdachte (of een derde) aan een bloedtest in strafzaken)” (31 241).
Soa Aids Nederland en Hiv Vereniging Nederland zijn van mening dat de Nota van Wijziging op het wetsvoorstel op een aantal punten reeds tegemoet komt aan onze visie over verbeterpunten in het wetsvoorstel, zoals verwoord in hun brief d.d. 13 december 2007. Graag willen wij zien dat deze verbeterpunten daadwerkelijk worden meegenomen in de definitieve versie van het wetsvoorstel. Maar ook ondermeer in de memorie van toelichting, alsmede in de voorbereidingen van de algemene maatregel van bestuur inzake de uitvoering van het desbetreffende artikel.
Soa Aids Nederland en Hiv Vereniging Nederland ondersteunen de beoogde doelen van het wetsvoorstel, namelijk het verbeteren van de procedure om snel te kunnen beslissen over het al dan niet nemen van preventieve medicatie en/of maatregelen om overdracht van Hepatitis B/C of hiv te voorkomen. Dit betreft het versterken van de positie van de gezondheid van het slachtoffer. Maar ook om de vrijwilligheid bij medewerking aan een test door de verdachte als uitgangspunt te behouden.
Wij benadrukken nogmaals dat deze doelen in alle zorgvuldigheid bereikt dienen te worden, conform de geldende richtlijnen en protocollen en conform de medische en wetenschappelijke ontwikkelingen op dit terrein.
Soa Aids Nederland en Hiv Vereniging Nederland benadrukken nogmaals dat het wetsvoorstel daarom moet voldoen aan de volgende uitgangspunten:
1. Wetsvoorstel afstemmen met geldende richtlijnen en protocollen
Het wetsvoorstel verwijst op geen enkele wijze naar richtlijnen die gelden bij bloedafname en testen op hiv en andere soa. Het is belangrijk het wetsvoorstel hiermee in de pas te laten lopen. Dit vereist dan ondermeer afstemming met de landelijke richtlijnen die gelden bij Pre- en posttest counseling, de huidige protocollen voor Post Exposure Profylaxis (PEP), de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging Aids Behandelaren (NVAB), de richtlijnen van de Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI) en het in ontwikkeling zijnde LCI Draaiboek Seksaccidenten.
2. Risico inschatting op basis van juiste expertise
Het verdient daarom voorkeur dat voor de risico inschatting gebruikt wordt gemaakt van de expertise van de GGD en hiv-behandelaars. De GGD heeft een coördinerende rol in deze om volgens de geldende wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen en op basis van de uitslagen, preventieve medicatie te indiceren. Het Draaiboek Seks-accidenten beveelt deze werkwijze aan en bij voorschrijven cq overwegen van PEP gebeurt dit in afstemming met een hiv-behandelaar.
Beslissingen voor het afnemen van een test moeten op feiten en op risico-inschatting gebaseerd zijn en niet op vooroordelen of op (angst)gevoelens van het slachtoffer.
3. Medewerking aan test moet op vrijwillige basis
Het Draaiboek Seksaccidenten gaat uit van informed consent, waarbij vrijwillige medewerking aan een test door verdachte steeds als uitgangspunt geldt. Op basis van het advies van de GGD en bij weigering door de verdachte aan medewerking aan een test, kan de OvJ in voorkomende gevallen alsnog een beslissing nemen tot het afdwingen van een test bij verdachte.
4. Snelheid procedure garanderen om beslissingen te nemen in belang van gezondheid slachtoffer, maar wel conform richtlijnen informed consent
Het wetsvoorstel gaat uit van beslissing nemen binnen 48 uur, maar volgens de landelijke richtlijnen is bijvoorbeeld bij hoogrisico op Hepatitis B, behandeling zo spoedig mogelijk gewenst, voor PEP bij hiv liefst binnen 2 uur (en uiterlijk 72 uur). Hierbij moeten de geldende richtlijnen rondom testen worden gerespecteerd, waarbij vrijwillige medewerking (informed consent) door de verdachte aan een test als uitgangspunt van het wetsvoorstel in acht moet worden gehouden.
5. Cito (urgente) hivtest bij verdachte en slachtoffer is een essentiële voorwaarde
Het laten afnemen van een cito (urgente) uitgevoerde hivtest, het liefst binnen 2 uur, bij verdachte en het slachtoffer is dan ook vanuit gezondheidsbelang een essentiële voorwaarde en het meest gewenst. Een cito (urgente) hivtest is op indicatie onderdeel van de procedure om de status van beiden te kunnen onderzoeken, dit is ook in het belang van een nulmeting voor vervolgonderzoek. Bij een negatieve indicatie PEP of geen PEP advies wordt aanbevolen spijtserum af te nemen. Dit kan worden ingevroren.
6. Windowfase geen zes maar drie maanden
Het Draaiboek Seksaccidenten gaat uit van een windowfase van drie maanden. Het wetsvoorstel spreekt echter van een “windowperiode” van zes maanden. Het draaiboek seksaccidenten houdt het volgende aan: indien Post Exposure Profylaxe (PEP) geïndiceerd is dan volgt na 3 en 6 maanden een controle test, indien geen PEP indicatie aanwezig is, vindt na drie maanden een controle test plaats.
Het is belangrijk hierin eenduidigheid te bewaken, zeker gezien het doel van het wetsvoorstel om het slachtoffer gerust te stellen.
7. Wetsvoorstel moet recht op niet weten respecteren conform informed consent richtlijnen. Testafname en testuitslag niet in strafdossier opnemen
Het informed consent formulier in het Draaiboek Seksaccidenten geeft de mogelijkheid van het niet willen weten van de testuitslag. Het wetsvoorstel loopt hiermee niet in de pas. Het wetsvoorstel wil het recht op niet weten respecteren, maar uiteindelijk wordt volgens het wetsvoorstel de testuitslag wel in het strafdossier opgenomen. Het wetsvoorstel heeft ook geen strafverzwaring opgenomen bij een positieve test uitslag. De uitslag van de test speelt dus geen verdere rol in het strafproces. Er is daarom geen reden om de testuitslag, maar ook het feit dat er een test is uitgevoerd, in de processtukken op te nemen aangezien de verdachte op deze wijze toch kan worden geconfronteerd met de uitslag van de test. Vermelding in het dossier kan veel problemen achteraf opleveren met advocaten, maar ook in de toekomst kan dit leiden tot meer weigering tot medewerking aan testen.
Soa Aids Nederland en Hiv Vereniging Nederland zijn van mening dat deze cruciale punten in het definitieve wetsvoorstel alsnog worden meegenomen opdat het uiteindelijke doel, namelijk de bescherming van de gezondheid van het slachtoffer - en naar onze mening ook de bescherming van de gezondheid van de verdachte - daadwerkelijk wordt behaald.
Wij hopen u hiermee van dienst te zijn geweest en zijn uiteraard bereid tot het geven van een nadere toelichting.
Hoogachtend,
Hans Polee
Voorzitter Hiv Vereniging Nederland
Ton Coenen
Directeur Soa Aids Nederland
cc.
Ministerie van Justitie
Ministerie van VWS
RIVM/CIb
Contact
Hiv Vereniging Nederland
Eerste Helmersstraat 17
1054 CX AMSTERDAM
020 6160 160
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
>> routebeschrijving
Steun ons!
Word lid en krijg Hivnieuws tweemaandelijks in je bus
>> lees meer informatie![]()
Online doneren kan ook
>> Klik hier
Servicepunt
020 689 25 77
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Voor vragen over leven met hiv, onderling contact en de Hiv Vereniging Nederland
Te bereiken op ma-di-do-vr van 14.00 tot 22.00 uur
>> lees verder
Nieuwsbrief
Sponsors website





