De laatste tijden staat het adopteren van kinderen met hiv in de belangstelling, mede omdat het sinds kort vanuit enkele landen mogelijk is. In Hivnieuws 123 (eind april 2010 online op  deze website) is hieraan ook een artikel gewijd door Martin Stolk, coördinator van Positive Kids. Op de weblog Sithembile zijn de belevenissen te lezen van een gezin. Uit de rondzendbrief van Kerk in Actie komt onderstaand verhaal van Petra Doorn en Hette Domburg. Beiden in januari 2006 uitgezonden naar Mozambique om les te geven. Zij breken een lans voor openlijk kunnen spreken over hiv en hiv-geinfecteerd zijn.

Kinderen en hiv/aids
In het adoptieproces van Elisa zijn we sterk bepaald geraakt bij het hiv/aids-vraagstuk. Toen we haar toegewezen kregen door het maatschappelijk werk mochten we haar eerst medisch laten keuren, alvorens antwoord te geven op de vraag of we haar wilden adopteren of niet. Tot ons groot verdriet bleek Elisa ernstig ziek: ze had aids in een gevorderd stadium, zo luidde de diagnose. In eerste instantie was dat reden voor ons om af te zien van adoptie. We waren bang dat ze al snel zou sterven en wisten ook niet of we onze jongens dit verdriet wel aan konden doen.

In onze zoektocht naar een ander kindje, dat wel gezond was, kwamen we in contact met de zusters van Calcutta die naast de vuilstortplaats in Maputo een weeshuis hebben dat gespecialiseerd bleek te zijn in kinderen met hiv. Van hen leerden we dat seropositieve kinderen, mits ze hun medicijnen heel trouw innemen, goede kansen hebben om te leven en volwassen te worden. Daarbij benadrukten ze ook dat juist zij extra zorg, liefde en goede voeding zo sterk nodig hebben. Tegelijk probeerden we ons nogmaals te bezinnen op de vraag waar het bij adoptie om gaat. Is het de wens van de ouders om een kind te adopteren die centraal staat, of zou de behoefte van het weeskind voorop moeten staan? Ook zochten we contact met de vereniging van ouders van kinderen met hiv in Nederland. Hoe ziet het leven van een kind met hiv in Nederland eruit? We werden enorm goed geholpen, zowel door ouders van de vereniging als door de sociaal verpleegkundige van het academisch ziekenhuis in Rotterdam. Allen vertelden ons dat het stigma dat op hiv rust in Nederland erg groot is en dat het bekendmaken van een seropositieve status van een kind geregeld paniek veroorzaakt bij ouders van bijvoorbeeld medescholieren. Maar ze bevestigden ook dat kinderen in Nederland met hiv over het algemeen een gewoon leven leiden als ieder ander kind.

Na een maand veel nadenken, praten en bidden kwamen we allebei tot de conclusie dat we het toch wel aandurfden, de adoptie van een seropositief kind. In die tijd werd er in de kerk steeds een lied gezongen met de woorden van Romeinen 8: Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Dit gaf ons moed. We wisten dat we op weerstanden zouden stuiten, maar geloofden dat de weg die we kozen goed was.

En zo gingen we begin oktober 2008 terug naar het weeshuis waar we Elisa hadden leren kennen, in de hoop dat ze nog zou leven. Gelukkig, ze leefde nog wel, maar ze was er erg slecht aan toe. Met zes maanden woog ze nog maar 2,7 kilo. Ze had een longontsteking en haar huid was helemaal stuk. Wij vonden dat ze zo snel mogelijk behandeld moest worden en kregen met veel gesoebat voor elkaar dat ze opgenomen mocht worden in een kliniek. Daar werd ze direct aan het zuurstof en aan het infuus gelegd. Elisa en ik sliepen samen in een éénpersoonsbed en van het ene op het andere moment zat ik in de rol van Elisa’s moeder. Dat was niet zo gemakkelijk. Ik moest uitvinden hoeveel melk ze eigenlijk wilde en kon drinken en moest toezien dat ze haar medicijnen elke twee uur kreeg. Na vijf dagen mocht ze met ons mee naar huis. De hele adoptieprocedure moest nog opgestart worden, maar het was wel duidelijk dat terugkeer naar het weeshuis vanwege haar lichamelijke toestand niet wenselijk was.
Vanaf die tijd is haar gezondheid verbeterd. Van de hiv-kinderkliniek kregen we speciale melk die helpt tegen ondervoeding en langzaam maar zeker veranderde het angstig kijkende, magere meisje in de vrolijke Elisa die we nu kennen. Langzaam maar zeker begon ze zich ook te ontwikkelen en ontwaakte ze uit de sluimertoestand waarin ze in het weeshuis was geraakt.

Een van de eerste artsen die we troffen in de hiv-kinderklniek vertelde ons eind oktober, dat de bloedtesten die bij Elisa waren afgenomen nog geen uitsluitsel gaven over het feit of ze besmet was of niet. Er was wel een PCR-test gedaan, maar dit was een kwantitatieve en het had een kwalitatieve moeten zijn. De laborant die de test naar Zuid Afrika had gestuurd vond het onzin: als de kwantitatieve test een getal aangeeft, dan betekent het toch dat de kwalitatieve test positief is. Dat klonk logisch, maar toch… Stel je voor dat ze niet ziek zou zijn? Twee weken en twee testen later kwam het wonderbaarlijke antwoord: Elisa is niet seropositief! Haar lichaam heeft wel hiv-antistoffen in reactie op de besmetting van haar biologische moeder, maar Elisa is zelf niet geïnfecteerd!

Jullie zullen wel begrijpen dat onze blijdschap niet te beschrijven is. Wat de mensen hier bijna allemaal zeggen als ze ons verhaal horen is: God is groot! En misschien zegt dat wel genoeg. Nu, een jaar na deze spannende tijd met Elisa, willen wij dit verhaal graag met jullie delen. Wij zijn ons bewust van het feit dat we dit verhaal niet hadden kunnen vertellen als Elisa wél besmet was geweest. Dan hadden we waarschijnlijk, op advies van deskundigen, haar hiv-infectie als een geheim met ons meegedragen. Niet omdat we vinden dat zij zich ervoor zou moeten schamen, maar omdat we hebben geleerd dat Nederland nog een hele weg heeft te gaan als het gaat om de acceptatie van mensen en kinderen met hiv.

Nu wij wel openlijk over de gezondheid van Elisa kunnen schrijven, omdat zij het geluk heeft gehad toch niet geïnfecteerd te zijn, nu denken we dat het goed is om hierover te spreken. Er zullen anderen zijn die minder geluk hadden dan wij, voor wie het niet mogelijk is om openlijk over de gezondheid van hun kind te spreken. We denken daarom dat het belangrijk is de angst en de vooroordelen rond het virus weg te nemen. Dat kan door je te verdiepen in de realiteit van hiv. Door je niet te laten leiden door angst en vooroordelen. Kinderen met hiv zijn niet besmettelijk voor andere kinderen. Zij hebben geen seksuele contacten met elkaar en het bloed-bloed contact dat nodig is om iemand te besmetten is theoretisch mogelijk, maar in de praktijk gebeurt het nooit. Je moet immers allebei een diepe wond hebben en die wonden moeten dan stevig op elkaar gewreven worden. Daarbij komt dat kinderen die een anti-retrovirale behandeling krijgen nog maar heel weinig van het virus in hun bloed hebben. Kinderen met hiv zijn niet ten dode opgeschreven en mogen dus door ons niet worden afgeschreven. Ze hebben een leven voor zich, net als ieder ander, als we hen de zorg geven die ze nodig hebben.

We zijn God dankbaar dat we de moed hebben gehad om Elisa op te nemen, ondanks de slechte medische prognose. Als we die moed niet hadden gekregen, was Elisa waarschijnlijk gestorven; niet aan hiv, maar wel aan de angst voor hiv en de gebrekkige zorgen in het weeshuis. Wij hopen dat ons verhaal anderen de moed geeft om zich van hun angst te bevrijden.

Contact

Positive Families
020 - 689 25 77
op ma, di, do
14.00 – 22.00 uur

[ Copyright © 2017 Hiv Vereniging Nederland. ] Disclaimer | Colofon | Privacy | Inloggen