Internationale adoptie van kinderen met hiv mogelijk

Maar Nederlandse adoptieketen moet nog veel leren

Kindertehuizen in Afrika en Oost-Europa stellen dat het moeilijk is om adoptiegezinnen te vinden voor kinderen met hiv. Toch ligt dat niet aan de gezinnen. Sinds kort is het vanuit enkele landen mogelijk om kinderen met hiv te adopteren. En het gebeurt nu ook steeds vaker.

Honderdzeventig geïnteresseerden waren in januari 2010 te gast op een voorlichtingsavond over het adopteren van kinderen met hiv, georganiseerd door het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam. “We kregen zoveel vragen over hiv en adoptie, dat we besloten een speciale avond te houden,” vertelt Linda van der Knaap, hiv-kinderconsulente in Rotterdam. “Op basis van de hoeveelheid aanmeldingen hadden we de bijeenkomst al naar een grotere zaal verschoven.”
“Wat de avond echt laat zien, is hoeveel behoefte er is aan informatie over de adoptie van kinderen met hiv,” zegt Marion van Olst, van Stichting Adoptievoorzieningen. “De adoptieketen realiseert zich dat ze nog maar weinig weet heeft van hiv. Behalve ouders die willen adopteren waren er ook mensen van de Raad van de Kinderbescherming en van adoptiebemiddelingsorganisaties.”
Tijdens de avond werden de medische en de sociale kanten van hiv en adoptie belicht. Naast medische deskundigen van het Erasmus Medisch Centrum, kwamen ook adoptiedeskundigen van de Stichting Adoptievoorzieningen aan het woord. Bovendien vertelde een vader van een positief adoptiekind over de ervaringen in zijn gezin.

Adoptie ingewikkeld
Een kind (of kinderen) adopteren is niet eenvoudig. Vaak duurt het jaren voordat de adoptieouders daadwerkelijk het kindje in de armen kunnen sluiten. Ouders die willen adopteren zijn verplicht eerst voorbereidingsbijeenkomsten over adoptie en ouderschap te volgen bij de Stichting Adoptievoorzieningen. Daarna doet de Raad van Kinderbescherming gezinsonderzoek en brengt hij een advies uit aan de minister of de aanstaande ouders al dan niet geschikt zijn om een kind te adopteren. Ouders krijgen dan een beginseltoestemming die vier jaar geldig is.
Pas als de toestemming is gegeven kunnen ouders kiezen de procedure zelf te doen, of zich in te schrijven bij een van de vijf adoptiebemiddelingsorganisaties, de zogenaamde vergunninghouders. In Nederland zijn het alleen deze organisaties die een vergunning hebben om te bemiddelen tussen kindertehuizen in een van de 25 zendende landen en de ouders in Nederland.
Hiermee zijn de moeilijke keuzes en de keurende ogen niet achter de rug. Ook de landen waar adoptiekinderen vandaan komen stellen vaak specifieke eisen aan de ouders. Het is mogelijk dat het zendende land, of de lokale adoptieorganisatie, bijvoorbeeld alleen kinderen wil plaatsen bij christelijke gezinnen, of alleen bij getrouwde heterostellen. Ook worden er eisen gesteld aan leeftijd, inkomen, de grootte en de stabiliteit van het gezin, om maar wat voorbeelden te noemen. Het Haags Adoptieverdrag stelt duidelijk dat bij adoptie het kind centraal staat. Men zoekt ouders bij een kind en geen kinderen bij ouders.
Ook worden er eisen aan de gezondheid van de ouders gesteld. Zo mogen (aspirant) adoptieouders van de Chinese adoptieorganisatie geen extreem overgewicht hebben en van een adoptieorganisatie in India geen diabetes. Vaak leeft er de gedachte dat ouderparen met hiv door de Nederlandse bemiddelaars worden geweigerd, maar eisen hierover worden bepaald door de landen waar de kinderen vandaan komen.

Adoptie in de geschiedenis
Adoptie is van alle tijden. Door de eeuwen heen hebben gezinnen hulpbehoevende kinderen en wezen opgevangen. Hoewel niet altijd met zuivere bedoelingen. Vaak ging het om kinderen uit de wijde familie waarvan de ouders niet meer voor hen konden zorgen. Regelmatig werden deze kinderen ingezet om slavenarbeid te verrichten. Ook werden er kinderen opgenomen door echtparen die zelf kinderloos waren. Een wetboek uit Mesopotamië van 1780 voor Christus vermeldt deze mogelijkheid al.
In Nederland werd adoptie pas in 1956 wettelijk geregeld. Dit gebeurde om de positie te regelen van Joodse pleegkinderen die in de Tweede Wereldoorlog bij gezinnen ondergedoken hadden gezeten – maar waarvan de ouders niet meer teruggekeerd waren. Tot aan midden jaren zeventig kwamen de meeste kinderen die in Nederland geadopteerd werden uit Nederland zelf. Daarnaast werden veel kinderen uit andere Europese landen opgevangen. Pas begin jaren zeventig kwam adoptie van kinderen van buiten Europa op gang.
Volgens schattingen zijn sinds 1956 zo’n 50.000 kinderen geadopteerd in Nederland. Eenderde daarvan kwam uit Nederland. Over de laatste tien jaar worden er per jaar gemiddeld 700 kinderen geadopteerd in Nederland. Na een piek in 1980 – toen meer dan 2000 kinderen werden geadopteerd in Nederland, zakte het aantal tussen 1988 en 1997 tot rond de 800 kinderen per jaar. Na een toename tussen 1998 en 2005, liggen de aantallen nu weer rond de 750.
In 2004 was Nederland in de uitzonderlijke positie dat het wereldwijd op de zesde plaats stond van de ontvangende landen. China staat al jarenlang op de eerste plaats van zendende landen: een kwart van het aantal adoptiekinderen komt uit China. De helft van alle adoptiekinderen gaat naar de VS.

Special need
Naast de keuze voor een land – Nederlandse vergunninghouders hebben voor de meeste zendende landen een monopoliepositie in Nederland – komt dan ook snel de vraag naar boven of je kiest voor een ‘gezond’ kind of een kind met een ‘mankementje’ – een kind met special need.
Voor de meeste gezonde kinderen wordt tegenwoordig opvang gevonden in het land van herkomst zelf. Alleen indien nationale adoptie niet mogelijk is, mag internationale adoptie plaatsvinden. De kinderen met gezondheidsproblemen blijven dan vaak over. Wachtlijsten voor kinderen met een handicap, chronische ziekte, of erfelijke afwijking zijn dan ook korter dan die voor gezonde kinderen. Ook kinderen met hiv zijn kinderen met een special need.
Adoptieouders beschrijven de keuze voor een ‘special need kind’ als een rare gewaarwording. “Het is gek om te kiezen”, vertellen Laura en Vincent (pseudoniemen), adoptieouders die op dit moment in de procedure zitten voor een kind uit Latijns-Amerika, “vooral omdat je weet dat de kans groot is dat je kind de gebreken die je aankruist, ook daadwerkelijk zal hebben. Als je aankruist dat je kind een arm mag missen, dan mist je kind vaak ook een arm.”
Bemiddelingsorganisaties letten er scherp op dat de lengte van de wachtlijst geen overweging moet zijn om voor een ‘special need kind’ te kiezen. Op de Yahoo-groep voor adoptieouders van ‘special need kinderen’ komt de waarschuwing veelvuldig voor: Denk goed na over je keuze. Vul geen dingen in waarvan je niet zeker weet dat je die aankunt.
“Wij hebben bewust het hele formulier opengelaten, en nadrukkelijk aangegeven dat elk kind welkom is,” zegt Alex Steegstra, vader van drie adoptiekinderen: “Als je zwanger bent, kan je ook niet kiezen of je kindje gezond ter wereld komt of niet, en dat wilden wij dus ook niet.”

Hiv is hot
Alex en Jolanda Steegstra zijn vader en moeder van Mandlekosi. Bijna 4 jaar geleden was Mandlekosi het eerste kind met hiv dat geadopteerd werd in Nederland. Er waren daarvoor wel meer positieve kinderen geadopteerd, maar bij deze kinderen werd de werkelijke hiv-status pas duidelijk na aankomst in Nederland. Mandlekosi was de eerste waarbij het van tevoren bekend was, en de ouders er ook bewust voor hadden gekozen.
Mandlekosi’s ouders vertelden in oktober 2009 hun verhaal op televisie in een uitzending van NOVA. “Op de website van vergunninghouder Wereldkinderen stond een oproep voor ouders die bereid waren een kind met hiv op te nemen. Voor ons klikte dat meteen”, vertelt Alex Steegstra over hoe ze eerst hoorden over het jongetje dat inmiddels naar de lagere school gaat.
De adoptie van Mandlekosi bijna vier jaar geleden heeft niet meteen geleid tot een wijziging van procedures. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken was wel om, maar in de ogen van bijvoorbeeld het Zuid-Afrikaanse gerechtshof was Mandlekosi een uitzondering vanwege familiebanden. Toch kwam er beweging in de standpunten van de regeringen van de zendende landen. Kort daarna werd bijvoorbeeld nog een Ethiopisch meisje met hiv na een jarenlange procedure eindelijk herenigd met haar zus in Nederland.
Vanuit de vergunninghouders bleven echter aarzelingen bestaan. Vergunninghouders dachten dat er geen adoptieouders voor kinderen met hiv te vinden zouden zijn. Maar tegelijk konden ouders niet kiezen voor een kind met hiv, omdat in de vragenlijst voor ouders de keuze voor een kind met hiv niet was opgenomen. En in het adoptieproces geldt doorgaans dat je niet krijgt waar je niet voor kiest.
Uiteindelijk kwam de echte omslag pas afgelopen zomer. Vanaf de zomer van 2009 omschrijven vergunninghouders hiv niet langer als een dodelijke ziekte. In plaats daarvan is hiv nu gekwalificeerd als besmettelijke, chronische ziekte. Een grijs gebied en een kwalificatie waar veel op af te dingen valt. Maar goed nieuws voor kinderen met hiv die hierdoor eindelijk de kans krijgen om via internationale adoptie in Nederland een nieuw thuis te krijgen.
Sindsdien wordt er tijdens voorlichtingsbijeenkomsten over adoptie steeds vaker en steeds meer over hiv verteld. Wereldkinderen, de grootste vergunninghouder, heeft verschillende bijeenkomsten georganiseerd en hoopt spoedig meer kinderen met hiv te kunnen plaatsen. Ook de Stichting Adoptievoorzieningen geeft steeds meer aandacht aan hiv.
Het gebrek aan informatie wordt algemeen erkend, ook bij adoptieorganisaties. “Er is een grote lacune aan informatie over hiv”, herhaalt Marion van Olst, “ouders en organisaties hebben behoefte aan eenvoudige informatie over hiv in begrijpelijke taal. Alleen op die manier kunnen ouders een weloverwogen keuze maken om wel of niet een kind met hiv op te nemen in hun gezin. Hiv wordt, denk ik, de special need van de toekomst. Maar nu is er nog veel onzekerheid.”
Hier ligt nog een grote informatietaak voor de GGD’en maar ook voor de Hiv Vereniging. De werkelijke cijfers zijn vertrouwelijk, maar het wordt geschat dat Stichting Kind en Toekomst, een andere vergunninghouder, afgelopen jaren circa 14 Nigeriaanse kinderen met hiv heeft weten te plaatsen. Nigeria is een van de landen die eigenlijk alleen nog jonge kinderen met hiv beschikbaar stellen voor interlandelijke adoptie.
Met deze veranderingen in het beleid ziet het leven voor veel kinderen met hiv er opeens een stuk rooskleuriger uit.

Meer informatie:
“Angst om kinderen met hiv te adopteren” - Nova – Oktober 2009:
www.novatv.nl. Zoek naar: adoptie hiv.

Sithembile (Blog van een gezin met een positief adoptiekind):
www.hivnet.org/blogs/sithembile/

Contact

Hiv Vereniging Nederland
Eerste Helmersstraat 17
1054 CX AMSTERDAM
 

>> routebeschrijving

Steun ons!

Word lid en steun de belangenbehartiging
>> lees meer informatie
ideal-logo-2Online doneren kan ook
>> Klik hier

Servicepunt

020 689 25 77

Voor vragen over leven met hiv, onderling contact en de Hiv Vereniging Nederland
Te bereiken op ma-di-do van 14.00 tot 22.00 uur
>> lees verder 

Nieuwsbrief

Vul je emailadres in en ontvang Positive News!

captcha 

positiefgeldzaken

banner_160_160

 

module 03plus 160 180
 

positief zorgt 160 banner

Sponsors website

viiv_logo.gif

[ Copyright © 2017 Hiv Vereniging Nederland. ] Disclaimer | Colofon | Privacy | Inloggen