Verzoek opvang voor mensen in procedure voor tijdelijke verblijfsvergunning wordt nader onderzocht

Op 13 en 14 november 2007 vindt de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Justitie plaats. Op verzoek van Soa Aids Nederland en Hiv Vereniging Nederland zijn door de Tweede Kamer kamervragen gesteld om te komen tot een regeling om mensen die in procedure zijn voor een tijdelijke verblijfsvergunning op medische gronden/noodzaak, opvang te bieden in afwachting van de uitslag van de procedure.

Hieronder staan de vragen die het lid De Wit (SP) aan de Staatssecretaris van Justitie voorgelegd heeft over de tijdelijke opvang van hiv-geïnfecteerden (ingezonden 17 oktober 2007). Alsmede de antwoorden daarop van de Staatssecretaris van Justitie

  1. Weet u dat er een kleine groep hiv-geïnfecteerde vreemdelingen, circa 100 tot 150 personen, in procedure is voor een tijdelijke verblijfsvergunning op medische gronden, over wie de rechter inmiddels heeft geoordeeld dat deze groep ‘kansrijk’ is en voor wie een voorlopige voorziening is verkregen?
    Antwoord:
    Gelet op de algemene formulering van deze vraag en het feit dat geen nadere gegevens zijn verstrekt over de individuele vreemdelingen die tot de gestelde groep behoren, is het niet mogelijk een uitspraak te doen over deze stelling. Zonder nadere gegevens kan geen gericht dossieronderzoek plaatsvinden, om zodoende te onderzoeken op welke gronden de rechter een verzoek om een voorlopige voorziening in de hier bedoelde zaken heeft toegewezen.

  2. Bent u bekend met het feit dat deze groep weliswaar gegarandeerd is van medisch noodzakelijke zorg en toegang heeft tot hiv-medicatie, maar dat de voor een effectieve behandeling noodzakelijke therapietrouw in de praktijk moeilijk in te passen is in verband met het ontbreken van onderdak en gezonde voeding?
    Antwoord:
    De inrichting van de therapie is een zaak tussen de zorgverlener en de patiënt. Ik neem de stelling voor kennisgeving aan, maar vind niet dat het aan mij is om een oordeel te vellen over de invulling van een effectieve behandeling.

  3. Deelt u de mening dat het wenselijk is dat deze beperkte groep, die weliswaar legaal in Nederland verblijft maar geen recht heeft op opvang, basisvoorzieningen worden geboden zodat zij hun behandeling kunnen volhouden en hun ziekte beheersbaar blijft? Zo neen, waarom niet?
    Antwoord:
    Op grond van artikel 10, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan een ieder die in Nederland verblijft, rechtmatig en niet rechtmatig, aanspraak maken op medisch noodzakelijke zorg, dus ook de vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op zijn reguliere aanvraag om een verblijfsvergunning.
    De toekenning van verstrekkingen, het recht op uitkeringen of opvangvoorzieningen is op grond van artikel 10 en 11 Vreemdelingenwet 2000, in tegenstelling tot het recht op noodzakelijke zorg, beperkt tot de vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning dan wel vreemdelingen die een asielverzoek hebben ingediend.
    De HIV-geïnfecteerde vreemdeling die een reguliere aanvraag om een verblijfsvergunning indient, heeft op grond van het voorgaande wel recht op medisch noodzakelijke zorg, maar geen recht op opvang, een uitkering of andere verstrekkingen zolang er nog geen positieve beslissing op de aanvraag ligt. Het feit dat de verblijfsprocedure van de HIV-geïnfecteerde vreemdeling mogelijk kansrijk zou zijn, doet hier niets aan af.
    Uitgangspunt in het reguliere toelatingsbeleid is dat er pas toegang tot verstrekkingen, voorzieningen en/of uitkeringen kan worden verleend op het moment dat betrokkene een positieve beslissing op zijn verblijfsaanvraag ontvangt.
    In de bestuurlijke afspraken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is neergelegd dat: "bijzondere aandacht wordt gegeven aan het probleem dat gemeenten in de praktijk worden geconfronteerd met uitgeprocedeerde asielzoekers, die rechtmatig in Nederland verblijven, maar geen recht meer hebben op (opvang) voorzieningen. Het Rijk en de VNG zullen hierover nader overleg voeren, teneinde deze situaties zoveel mogelijk tot een minimum te beperken." De door de vragensteller bedoelde HIV-geïnfecteerde vreemdelingen die een beslissing afwachten op de aanvraag voor een verblijfsvergunning op medische gronden, zouden voor zover het ex-asielzoekers betreft kunnen behoren tot de categorie rechtmatig verblijvende vreemdelingen waarvoor een oplossing wordt gezocht. De problematiek is echter complex, omdat de reguliere toelatingsprocedure zich in principe niet leent om te worden gekoppeld aan (opvang)voorzieningen. In het kader van rechtsgelijkheid moet daarom goed in kaart worden gebracht wat de mogelijke gevolgen van het bieden van basisvoorzieningen kunnen zijn voor reguliere vreemdelingen in een vergelijkbare situatie. Ik verwacht uw Kamer hierover nog dit jaar nader te informeren.

  4. Bent u bereid deze beperkte groep via het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) tijdelijk opvang te bieden in afwachting van de uitslag van hun procedure? Zo ja, wilt u op zo kort mogelijke termijn maatregelen nemen om dit mogelijk te maken? Zo neen, waarom niet?
    Antwoord:
    Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 3 zal ik het COA niet opdragen om HIV-geïnfecteerde vreemdelingen als categorie op te vangen tijdens de reguliere toelatingsprocedure.

  5. Wilt u deze vragen beantwoorden voor het geplande AO inzake vreemdelingen/asiel op 1 november 2007?
    Antwoord:
    Ja.

Samenvattend:
Op dit moment kunnen mensen in de reguliere procedure voor (tijdelijk)verblijf niet worden opgevangen. In het kader van rechtsgelijkheid moet daarom goed in kaart worden gebracht wat de mogelijke gevolgen van het bieden van basisvoorzieningen kunnen zijn voor reguliere vreemdelingen in een vergelijkbare situatie. De Staatsecretaris verwacht de Kamer hierover nog dit jaar nader te informeren.

Hiv Vereniging Nederland blijft de discussie rondom dit thema op de voet volgen en zal daar waar mogelijk commentaar geven en nadere informatie verstrekken. Lees hier het motie-voorstel wat gestuurd is aan Tweede Kamerlid De Wit (SP) voor indiening tijdens de begrotingsbehandeling van Justitie in de loop van november 2007.

 

 

Vergoeding meerkosten in zicht

Mensen die vanwege een handicap of chronische ziekte meerkosten maken, kunnen deze kosten straks terugkrijgen via een nieuwe regeling. Staatssecretaris Bussemaker (VWS) heeft op 1 november een brief hierover aan de Tweede Kamer gestuurd.

In het Regeerakkoord is vastgelegd dat de nieuwe regeling voor vergoeding van meerkosten via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zou lopen. De CG-Raad heeft hiertegen geprotesteerd. Dit zou immers kunnen leiden tot ongelijke terugbetalingen, doordat elke gemeente hierin een eigen beleid voert.

Andere regeling
De brief van 1 november toont aan dat ook de staatssecretaris nu een andere regeling wil. Deze zal ingaan in 2009. Vergoeding van alle werkelijke meerkosten vanwege een chronische ziekte of handicap wordt mogelijk via de regeling.
De staatssecretaris denkt nog na over vaste toeslagen, gekoppeld aan aandoeningen en handicaps. De CG-Raad is voor een systeem van vaste toeslagen. Dat is namelijk helder én bruikbaar voor mensen met een handicap of chronische ziekte.

De regering heeft al vastgelegd dat de regeling voor Buitengewone Uitgaven vanaf 2009 verdwijnt. De CG-Raad wil de oude (BU) regeling in stand houden zolang de inhoud van de nieuwe regeling nog niet duidelijk is. Daarnaast wil de CG-Raad garanties voor voldoende gelden voor de nieuwe vergoedingsregeling.

Lees verder op: www.cg-raad.nl/belastingen/

 

 

Wetsvoorstel Zorgverzekeringswet strijdig met regeerakkoord

Het nieuwe wetsvoorstel voor de Zorgverzekeringswet bevat geen vrijstelling van het eigen risico voor chronisch zieken en gehandicapten. Het wetsvoorstel wijkt hiermee af van het regeerakkoord. De Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (CG-Raad) verbaast zich hierover. Het wetsvoorstel heeft ook bij de regeringsfracties veel vragen opgeroepen.

De huidige no-claimregeling wordt in januari 2008 vervangen door een systeem van eigen betalingen. Het huidige wetsontwerp hiertoe gaat uit van een eigen risico van 150 euro. Daarnaast gelden er nog eigen bijdragen voor bepaalde zorgkosten. Het wetsvoorstel bevat in tegenstelling tot het regeerakkoord geen vrijstelling van het eigen risico voor chronisch zieken en gehandicapten. In het wetsvoorstel is een compensatie van 40 euro voor een beperkte groep chronisch zieken opgenomen.
Chronisch zieken en gehandicapten hebben te maken met onvermijdelijke jaarlijkse zorgkosten. De 40 euro compensatie is ontoereikend voor mensen met hoge zorgkosten. Daarbij geldt de regeling slechts voor mensen met hoog medicijngebruik. Gehandicapten met hoge kosten voor zorg of hulpmiddelen, maar weinig medicijngebruik krijgen geen compensatie.

Vrijstelling bepleit
De CG-Raad pleit voor een vrijstelling van het eigen risico voor chronisch zieken en gehandicapten. Dit is in overeenstemming met het regeerakkoord. Daarnaast moet de definitie van chronisch zieken en gehandicapten sluitend zijn. Nationaal en internationaal zijn er standaard definities waar het wetsvoorstel bij aan kan sluiten. Een definitie die op de omvang van het medicijngebruik is gebaseerd, zorgt voor een oneerlijke regeling.

Ook de regeringsfracties hebben hun bedenkingen bij het wetsvoorstel. Dit bleek bij de schriftelijke inbreng van 16 augustus. CDA en PvdA vragen zich af waarom slechts een beperkte groep van chronisch zieken en gehandicapten voor compensatie in aanmerking komt. Verder vraagt de PvdA zich net als de CG-Raad af waarom voor een gedeeltelijke compensatieregeling is gekozen in plaats van een vrijstellingsregeling zoals in het regeerakkoord is afgesproken. De CG-Raad verwacht politieke steun nu verschillende Kamerfracties vragen over het wetsvoorstel hebben gesteld.

 

 

 

[ Copyright © 2013 Hiv Vereniging Nederland. ] Disclaimer | Colofon | Privacy | Inloggen